Niertransplantatie

Sommige mensen willen en kunnen in aanmerking komen voor een niertransplantatie. Tegenwoordig bestaat de mogelijkheid dat een gezonde volwassene een nier doneert. Dit betreft vaak een partner, familielid, goede vriend of kennis. In de predialyse fase zullen zowel de nierpatiënt als de potentiële donor uitgebreid worden onderzocht of beiden hiervoor geschikt zijn. De bedoeling is de niertransplantatie plaats te laten vinden op het moment dat anders dialyse zou moeten worden begonnen. Dit wordt een “pre-emptive” niertransplantatie genoemd.
Wanneer er geen (geschikte) donor is bestaat er een andere mogelijkheid voor een niertransplantatie; dit is de zogenaamde “post-mortale” niertransplantatie. De donor is in dit geval iemand die met een goede nierfunctie is overleden aan een andere aandoening en zich beschikbaar stelde als orgaandonor. Bij deze vorm komt de patiënt bij aanvang van de dialyse op een wachtlijst van Eurotransplant. Op deze wachtlijst worden punten verzameld. Hoe langer iemand op de wachtlijst staat, hoe meer punten er vergaard worden en hoe groter de kans op een niertransplantatie wordt. Gemiddeld staan patiënten vier tot vijf jaar op de wachtlijst.
Daarnaast zijn er patiënten die helaas niet in aanmerking komen voor een niertransplantatie. De biologische conditie van onder andere hart en bloedvaten, longen en algemene conditie maar ook de medische voorgeschiedenis kunnen aanleiding zijn een niertransplantatie af te raden. Reden hiervoor is dat na een niertransplantatie ‘zware’ afweeronderdrukkende medicijnen genomen moeten worden. Deze medicijnen kunnen dan gevaarlijker zijn dan een andere vorm van nierfunctie vervangende therapie zoals peritoneaal of hemodialyse (zie verder op deze pagina).

Peritoneaal dialyse

Bij peritoneaal dialyse (PD) ook wel buikspoeling genoemd (peritoneum = buikvlies) vindt verwijdering van afvalstoffen plaats via het buikvlies. Middels een kleine operatie wordt een ‘permanent’ slangetje in de buikholte gebracht, welke als toegang dient om schone dialysevloeistof de buik in, en met afvalstoffen verzadigde vloeistof de buik uit te laten lopen. De vloeistof trekt afvalstoffen aan uit de bloedvaatjes die zich in het buikvlies bevinden. De buikspoeling vindt overdag plaats maar kan, afhankelijk van het buikvlies, in veel gevallen ook ’s nachts met behulp van een machine plaatsvinden. Twee weken na de operatie vindt een korte instructie plaats waarna de behandeling dagelijks volledig door de patiënt zelf in de thuissituatie kan worden uitgevoerd.

Hemodialyse

Bij hemodialyse (hemo = bloed) ook wel bloedspoeling genoemd, vindt verwijdering van afvalstoffen plaats met behulp van een kunstnier en een dialysemachine. Hiervoor is een toegang tot de bloedbaan nodig. Middels een operatie wordt een verbinding tussen een slagader en een ader gemaakt (shunt). De ader kan in de weken daarop rijpen (dikker worden) en vervolgens geschikt worden om aangeprikt te worden. Het bloed wordt via de naald in de shunt door de machine en de kunstnier geleid, waarmee het bloed van afvalstoffen wordt ontdaan. Het schone bloed keert weer terug naar de patiënt. De behandeling vindt in de meeste gevallen 3 keer per week plaats in een dialysecentrum gedurende een aantal uren, maar kan na een training ook in de thuissituatie worden uitgevoerd.